Uitwerking in programma's en omgevingsplan

De gemeente heeft de benodigde ontwerpkeuzes gemaakt om de beleidsambities uit haar omgevingsvisie uit te kunnen werken in programma’s en/of het omgevingsplan.

Het uitwerken van de strategische keuzes uit de omgevingsvisie in programma’s en het omgevingsplan is een flinke stap (zie ook Visie op de beleidscyclus). Van keuzes-op-hoofdlijnen in de visie naar (dikwijls) gedetailleerde maatregelen en een omvangrijke set aan op elkaar inwerkende regels in het omgevingsplan. En dat voor een zeer groot aantal onderwerpen. Zeker in de transitiefase, als u nog bezig bent om uw visie en integraal omgevingsplan op te bouwen en de instrumenten nog niet 100% op elkaar uitgelijnd zijn, kan dit een uitdaging zijn. Hoe gaat u dit praktisch aanpakken?

 

Beleidskaart

Een praktisch hulpmiddel bij het uitwerken van de visie in programma’s en plan kan zijn het maken van een ‘beleidskaart’. Hiermee bedoelen we een groot overzicht van álle onderwerpen in de fysieke leefomgeving. U kunt onderwerpen clusteren tot thema’s en per onderwerp of thema uitwerken hoe het in de verschillende instrumenten zijn beslag krijgt. De beleidskaart slaat de brug tussen omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan en verbindt de instrumenten. Zo kan de beleidskaart helpen om integraliteit te bevorderen, zowel inhoudelijk als instrumenteel.

Belangrijke aandachtspunten:

1. Per onderwerp ontwerpkeuzes maken

Hieronder benoemen we een aantal belangrijke keuzes die u per onderwerp/thema zult tegenkomen*. Als u met een beleidskaart (zie boven) gaat werken, verdienen deze keuzes dus een plek daarin. Laat u bij het maken van de keuzes leiden door de (beoogde) inhoud van de omgevingsvisie inclusief uw sturingsfilosofie.

  1. Instrumenten: Gaat u het onderwerp/thema uitwerken in programma’s en/of het omgevingsplan? NB: Bij onderwerpen die over ‘mogen’ uit gemeentelijke verordeningen naar het omgevingsplan speelt ook de keuze of u het onderwerp in de verordening laat of overbrengt naar het omgevingsplan.
  2. Maatregelen: Als het onderwerp/thema uitgewerkt wordt in een programma: welke maatregelen voorziet u?
  3. Beleidsarm of beleidsrijk: Als het onderwerp uitgewerkt wordt in het omgevingsplan: zet u het beleidsrijk over naar het nieuwe deel van het omgevingsplan of juist zo beleidsarm mogelijk? Indien beleidsrijk: wat zijn de beleidsdoelen op het onderwerp/thema?
  4. Beleidskaders: zijn er gemeentelijke beleidskaders waar u rekening mee moet houden bij de uitwerking van dit onderwerp/thema?
  5. Activiteit: Om welke activiteiten gaat het bij het onderwerp/thema?
  6. Thematische of gebiedsgerichte omzetting: Gaat het om activiteiten die overal in de gemeente kunnen voorkomen of zijn ze gekoppeld aan een specifiek gebied(stype)?
  7. Mate van detail: Hoe gedetailleerd of globaal wilt u het onderwerp/thema regelen?
  8. Regeltype: Als het onderwerp/thema uitgewerkt wordt in het omgevingsplan: welke regeltypen (‘regelkwalificaties’) gaat u gebruiken? Denk aan: algemene regels, vergunning-, meldings- en informatieplichten, algemene en specifieke zorgplichten, mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften etc. En wat maakt u vergunningvrij?
  9. Open of gesloten normen: Als er sprake is van normen: gaat u werken met open of gesloten normen?
  10. Bkl-proof: Wat is er nodig om de regulering van het onderwerp/thema Bkl-proof te maken?
  11. Maatwerk: Voor die onderwerpen/thema’s waar het Bkl lokaal maatwerk toestaat: gaat u gebruikmaken van deze mogelijkheid en zo ja, hoe vult u het maatwerk in?
  12. Werkingsgebieden: Gaat u voor het onderwerp/thema werken met werkingsgebieden?
  13. Omgevingswaarden: Wilt u voor het onderwerp/thema met omgevingswaarden gaan werken en zo ja, wat zijn de waarden?
  14. Participatie: Zijn er voor het onderwerp/ thema bijzonderheden met betrekking tot participatie?
  15. Plan-MER: Voorziet u voor het onderwerp/thema een plan-MER-plicht?
  16. Andere instrumenten: Moet u bij het onderwerp/thema rekening houden met andere kaderstellende documenten en afspraken, zoals aparte beleidsnota’s of regionale afspraken? Of omgekeerd: is het onderwerp aanleiding voor het maken van (nieuw) flankerend beleid of afspraken met bestuurlijke of private partners?
  17. Methode: Is er voor het onderwerp/thema een verplichte methode (zoals het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheid)? Of mag en wilt u een eigen methode kiezen voor het onderwerp/thema (zoals bijvoorbeeld milieuzonering) en welke kiest u dan?
  18. Begrippen: Welke begrippen horen bij het onderwerp/thema?

*Deze lijst is mede gebaseerd op de ontwerpvragen uit het Handboek opstellen omgevingsplan. Raadpleeg het handboek voor meer inspiratie! 

2. Check op integraliteit tussen onderwerpen/thema’s

Als u keuzes in concept heeft gemaakt, is het goed om over onderwerpen en thema’s heen te kijken of keuzes goed op elkaar aansluiten en elkaar niet bijten. U kunt dit iteratief aanpakken: concept-keuzes maken, checken op integraliteit, keuzes eventueel bijstellen en weer checken.

Een voorbeeld: stel u maakt keuzes over het reguleren van erfgoed en het reguleren van verduurzaming van de gebouwde omgeving. Een check kan zijn hoe dit uitpakt voor het verduurzamen van monumenten. Versterken de keuzes elkaar of conflicteren ze mogelijk? In het laatste geval: kunt u dit oplossen? Ander voorbeeld: voor het wijzigen van het openbaar gebied (onttrekken aan de openbaarheid) werkt u met een meldingsplicht en voor het maken van een uitrit met een vergunningplicht. De check kan zijn of dit een bewuste keuze is of dat u het alsnog wilt gelijktrekken of anders op elkaar wilt afstemmen. Een laatste voorbeeld van een belangrijke check die u kunt doen is op consistentie van begrippen over de onderwerpen en thema’s heen. Kunt u begrippen die dicht bij elkaar liggen (denk aan voorbeelden als ‘dakopbouw’ en ‘dakkapel’) gelijktrekken of samenvoegen? Overweeg hier ook of u wilt aansluiten bij bijvoorbeeld een eventuele regionale voorkeurslijst voor begrippen. Dit draagt bij aan uniformering tussen gemeenten.

Meer informatie en ondersteuning