Uitwerking en uitvoering van programma's

De gemeente heeft in kaart gebracht in hoeverre en ook hoe de beleidsvoornemens en maatregelen uit haar programma's doorwerking behoeven in het omgevingsplan en/of een terugvertaling naar de omgevingsvisie nodig is. De uitvoering is geborgd.

Bij de uitwerking en uitvoering van programma’s is essentieel om de drie kerninstrumenten in samenhang te blijven bezien. Hoe borgt u dat noodzakelijke stappen worden genomen?

Beleidskaart

Een praktisch hulpmiddel bij het uitwerken van de kerninstrumenten kan zijn het maken van een ‘beleidskaart’. Hiermee bedoelen we een groot overzicht van álle onderwerpen in de fysieke leefomgeving. U kunt onderwerpen clusteren tot thema’s en per onderwerp of thema uitwerken hoe het in de verschillende instrumenten zijn beslag krijgt. De beleidskaart slaat de brug tussen omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan en verbindt de instrumenten. Zo kan de beleidskaart helpen om integraliteit te bevorderen, zowel inhoudelijk als instrumenteel.

Voor meer informatie over de beleidskaart zie bij de Omgevingsvisie, onder het onderwerp Uitwerking in programma's en omgevingsplan, aandachtspunt 1.

Belangrijke aandachtspunten:

1. Samenhang borgen met visie en plan

Programma's zitten in de beleidscyclus tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan in. Een programma kan een doorvertaling behoeven in het omgevingsplan. En het kan ook zo zijn dat er een ‘terugvertaling’ nodig is naar de omgevingsvisie. Zeker in de transitiefase zal dit wel eens voorkomen.

Heeft u al een beeld welke doorvertaling en terugvertaling nodig zijn en hoe u die gaat realiseren? Het werken met een beleidskaart (zie boven) kan helpen om hier goed overzicht over te krijgen en de samenhang te borgen. Hier ligt ook een relatie met uw planning.

2. Doorvertaling in het omgevingsplan

U kunt een programma op verschillende manieren doorvertalen in het omgevingsplan. Mogelijkheden zijn:

  • Functies aan locaties toedelen
  • Algemene regels voor activiteiten opstellen
  • Omgevingswaarden of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving opnemen
  • Een beoordelingskader maken voor initiatieven in de uitvoeringsfase

Het is van belang om een duidelijke koppeling te maken tussen bepalingen in het programma en bepalingen in het omgevingsplan. Zodat de relatie altijd en voor iedereen duidelijk is en bepalingen bijvoorbeeld niet ‘zomaar’ geschrapt of gewijzigd worden. Dit kan in de (regel)tekst zelf en/of in de toelichting. Intern kan een beleidskaart helpen om het overzicht te behouden (zie boven).

Voor programma's met een programmatische aanpak geldt dat de gemeenteraad dit programma zal moeten aanwijzen in het omgevingsplan.

3. Uitvoeringsplichten

Programma’s bevatten maatregelen om een omgevingswaarde of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Dat is niet vrijblijvend. Voor enkele typen programma’s zijn er wettelijke uitvoerings-, informatie- en/of aanpassingsverplichtingen. Hieronder noemen we enkele voorbeelden. Heeft u ingeregeld dat aan deze verplichtingen kan worden voldaan?

  • Het college kan in programma's met een programmatische aanpak andere bestuursorganen aanwijzen om de maatregelen uit te voeren. Dan geldt een voorwaardelijke uitvoeringsplicht. Deze plicht geldt namelijk alleen voor zover die betrokken bestuursorganen hebben ingestemd met de opname van verbetermaatregelen in het programma of als zij op grond van rijks- of provinciale instructieregels verplicht zijn de maatregelen uit te voeren. Het is dus zaak erop bedacht te zijn wat er aan hogere regels geldt. Voorts moet u overwegen of het ‘handig’ is verbetermaatregelen op te nemen waarvoor instemming van andere bestuursorganen is vereist.
  • Voor elk type programma geldt een monitoringsplicht als dat programma maatregelen bevat om te voldoen aan een omgevingswaarde. Voor het programma met programmatische aanpak geldt altijd een monitoringsplicht. Hoe geeft u uitvoering aan de monitoringsplicht?
  • Blijkt uit monitoring dat met het programma niet aan de omgevingswaarde kan worden voldaan? Voor de verplichte programma's en de programma's met programmatische aanpak geldt dan een plicht tot aanpassing van het programma. Heeft u de juiste voorbereidingen getroffen om programma's zo nodig aan te passen?
4. Monitoring en evaluatie

Een essentiële stap binnen de beleidscyclus is om de uitvoering en resultaten van de kerninstrumenten te evalueren. Aan een goede evaluatie ligt monitoring ten grondslag. Daarnaast zijn monitoring en evaluatie nuttig om de raad op verschillende momenten te kunnen meenemen in het totstandkomings- en uitvoeringsproces van programma's. Heeft u een aanpak voor de monitoring en evaluatie?

De evaluatie van de uitvoering van een programma kan aanleiding zijn om het programma te actualiseren. Zie daarvoor ook Proces, procedures en techniek, bij aandachtspunt 6.