Kaderstellende documenten en afspraken

De gemeente heeft zicht op kaderstellende regelgeving, beleid en afspraken die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Zij betrekt dit bij het opstellen van programma’s.

Gemeenten hebben te maken met tal van kaderstellende, richtinggevende of flankerende regelgeving, beleid en bestuurlijke afspraken. Daar moet u rekening mee houden als u programma’s gaat opstellen en beheren.

Belangrijke aandachtspunten:

1. Externe regels en afspraken
  • Hogere regelgeving: Vanzelfsprekend moet u bij het opstellen van een programma binnen de kaders blijven van de Omgevingswet, de AMvB's en de Omgevingsregeling. Dat geldt uiteraard ook voor relevante, meer sectorale regelgeving, zoals de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Energiewet. Houdt u er daarbij rekening mee dat het stelsel altijd in beweging zal blijven. Een voorbeeld zijn mogelijke wijzigingen in het stelsel om de woningbouw te versnellen. Bent u op de hoogte van de recente ontwikkelingen?
  • Instructieregels: Heeft u een goed overzicht van en inzicht in de instructieregels van het rijk (Bkl) en uw provincie voor verplichte programma's en programma's met een programmatische aanpak? Denk bijvoorbeeld aan de instructieregels van het rijk voor het actieplan geluid. Instructieregels zijn verschillend in de manier waarop ze de gemeente in meerdere of mindere mate ruimte bieden om eigen afwegingen te maken. Hoe gaat u om met deze ruimte? Tot welke keuzes komt u? Houdt u ook rekening met mogelijke wijzigingen in de instructieregels en de ruimte voor lokaal maatwerk?
  • Interbestuurlijke en regionale afspraken: Er kunnen allerhande beleidsdocumenten, programma's en andere afspraken zijn van en met ketenpartners die relevant zijn voor het opstellen van een programma. Denk aan afspraken met andere gemeenten, provincies, waterschappen, gezondheidsdiensten, veiligheidsregio's, omgevingsdiensten en ook het rijk. Gemeenten zijn doorgaans niet direct gebonden aan dergelijk beleid en programma's van andere overheden. Toch zult u hier meestal rekening mee willen houden. Programma's die inhoudelijk samenhangen, moeten op elkaar worden afgestemd. Een voorbeeld: om te voldoen aan een omgevingswaarde voor bijvoorbeeld geur of luchtkwaliteit kan zowel een gemeentelijk vrijwillig gebiedsgericht programma worden vastgesteld als een provinciaal programma met programmatische aanpak. Hoe stemt u dit onderling af en hoe verbindt u de programma’s aan elkaar? Zie ook Visie op samenwerking en integraliteit.
2. Gemeentelijk beleid

Zowel in het fysiek domein als in het sociaal en economisch domein kan de gemeente beleid hebben dat kaderstellend of richtinggevend is voor een programma. Denk aan beleid op het gebied van gezondheid. Hoe betrekt u dit beleid bij het opstellen van dat programma? En hoe verbindt u dit beleid vervolgens aan het programma?

NB: We hebben het hier niet over (delen van) beleidsnota’s die u gaat integreren in een programma; zie daarvoor Inhoud programma, aandachtspunt 8. Het gaat om beleidsnota’s die blijven bestaan, al dan niet in afgeslankte of herziene vorm, en waar u zich in een programma toe moet verhouden.

Ook kan de gemeente programma’s hebben die onderling inhoudelijk samenhangen. Denk hierbij aan een programma voor de ontwikkeling van een specifiek gebied en een gemeentebreed programma voor de energietransitie. Hoe zorgt u bij de totstandkoming van een programma voor een goede inhoudelijke afstemming met aangrenzende programma’s van de gemeente?