De gemeente heeft vastgelegd hoe zij haar programma’s wil opstellen en vaststellen conform de procedurele en technische vereisten.
Verplichte programma’s kunnen deadlines hebben. Zo ziet het ernaar uit dat gemeenten uiterlijk 31 december 2026 een warmteprogramma moeten hebben en, op de wat langere termijn, ook een volkshuisvestingsprogramma. Naast de inhoud van het programma vraagt dit aandacht voor het proces, de procedure en de techniek. Maar ook als er geen wettelijk bepaalde deadline geldt voor een programma, is het verstandig deze stappen goed te doordenken en te weten hoeveel tijd ze in beslag nemen. Bij het uitdenken van uw aanpak kunt u zich laten leiden door de keuzes uit uw ontwikkelstrategie.
Belangrijke aandachtspunten:
1. Alleen of gezamenlijk
Gemeenten kunnen ervoor kiezen om een programma gezamenlijk op te stellen met bijvoorbeeld andere gemeenten of de provincie. Een gezamenlijk programma is vooral een uiting van de samenwerking en afstemming tussen verschillende bestuurslagen en laat de gezamenlijke aanpak op het onderwerp zien.
Het gezamenlijk opstellen van een regionaal programma kent een aantal voordelen:
- De regionale schaal biedt mogelijkheden om een gemeentegrens-overschrijdend doel te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan de verdeling van arbeidsmigranten over de regio of het realiseren van voldoende woningen in een regio.
- Het instrument en het proces daaromheen kunnen een gezamenlijk regionaal gesprek over de regionale opgave faciliteren.
- Het hanteren van een gezamenlijk kader met gelijke definities geeft meer inzicht in de daadwerkelijke opgave.
Houd er rekening mee dat gezamenlijkheid u niet ontslaat van het naleven van de procedurele vereisten. Kiezen voor gezamenlijkheid kan in het proces vragen oproepen over inbreng, governance en vaststelling. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat één van de overheden het programma vaststelt. In elk geval kunnen de betrokken overheden alleen aan een programma worden gehouden voor zover het de uitvoering van eigen taken of bevoegdheden betreft en zij dit zelf hebben vastgesteld. Volgens de Omgevingswet kan bij de gezamenlijke vaststelling namelijk niet in een overdracht van taken en bevoegdheden worden voorzien. Hier ligt een relatie met uw visie op samenwerking en integraliteit.
2. Betrokkenheid van de gemeenteraad
Het college van B&W is het bevoegd gezag voor het programma. De raad heeft in beginsel geen formele rol. Het is de taak van B&W om in programma’s een uitwerking te geven aan beleid. Het vaststellen van kaderstellend beleid is de bevoegdheid van de raad.
Om tot een programma te komen dat ook politiek-bestuurlijk wordt gedragen, kan het raadzaam zijn de raad in een vroeg stadium bij een programma te betrekken. Zeker als een programma noopt tot gedeeltelijke aanpassing van de omgevingsvisie of in een later stadium wijzigingen vergt van het omgevingsplan.
De vraag is hoe u de betrokkenheid van de raad goed kunt borgen in het proces van programmavorming. Bij zowel colleges als raden vraagt dit vaak nog een cultuuromslag. Uiteraard kan de raad invloed uitoefenen via het formele instrumentarium van de Gemeentewet, zoals het budgetrecht, het stellen van vragen en de actieve informatieplicht van het college. Maar het college heeft ook andere mogelijkheden om de raad te betrekken. Denk aan:
- Bespreken van het concept-programma met de raad. In het bijzonder relevant als de doelstellingen uit de omgevingsvisie onvoldoende concreet zijn om daaraan maatregelen te koppelen en nader uitgewerkt worden in het programma.
- De onderwerpen uit de participatie ook met de raad bespreken.
- Het programma ter instemming of ondersteuning aan de raad voorleggen.
- De raad op verschillende momenten gedurende de looptijd van een programma op de hoogte houden over de voortgang van het programma, liefst op basis van monitoring.
Het college kan hier vooraf met de raad afspraken over maken. De raad kan haar betrokkenheid ook deels zelf organiseren door in de omgevingsvisie te sturen op het vervolg via het formuleren van doelen en afspraken in de uitvoeringsparagraaf. Wat werkt voor u het beste?
3. Participatie
Uw Participatiestrategie kan richting geven aan de manier waarop u participatie bij de programma’s invult. Hierbij is het van belang op voorhand duidelijk te zijn over welke punten (nog) geparticipeerd kan worden. Immers, als een programma een concrete uitwerking is van een vastgestelde ambitie in de omgevingsvisie zal in het kader van het programma niet meer over de ambitie zelf geparticipeerd (kunnen) worden. Er kan bijvoorbeeld voor een bepaalde locatie in de omgevingsvisie al bepaald zijn dat woningbouw is toegestaan. Dan zal bij de uitwerking van deze woningbouwlocatie in woningtypologieën in het programma niet meer over de ambitie woningbouw geparticipeerd (kunnen) worden, maar over de invulling van de woningbouwtypologie.
4. Milieueffectrapportage
Voor alle typen programma’s kan een mer-plicht gelden. Dus ook voor vrijwillige programma’s. Kort gezegd is dit het geval als het programma kaders bevat waaraan in latere besluitvorming getoetst wordt door het bevoegd gezag. Denk hierbij aan (criteria voor) de locatie, de omvang of de wijze van uitvoering.
Een plan-mer kan ook verplicht zijn als het programma een uitwerking van de omgevingsvisie bevat. Afhankelijk van detailniveau en moment van uitvoering kunt u wellicht een deel van de informatie uit het MER voor de omgevingsvisie hergebruiken. Het MER bij zo'n programma kan bijvoorbeeld nog een stap concreter aangeven wat de effecten zijn, welke compenserende of mitigerende maatregelen mogelijk zijn om de doelstellingen te bereiken en welk effecten deze aanvullende maatregelen hebben. Daarmee ondersteunt het MER zorgvuldige besluitvorming en kan het inzicht geven in de uitvoerbaarheid van het programma.
Uw Mer-strategie kan richting geven aan de manier waarop u de mer bij programma’s invult.
5. Voorbereidingsprocedure
Het college moet bij de voorbereiding van de verplichte en onverplichte programma’s en programma’s met programmatische aanpak afdeling 3.4 van de Awb toepassen. Dat betekent onder andere dat het ontwerp-programma ter inzage moet worden gelegd en inwoners en anderen zienswijzen kunnen indienen tegen het ontwerp.
NB: Als er sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard en aan een aantal voorwaarden is voldaan, kan het college besluiten de procedure niet toe te passen.
Voor vrijwillige programma’s is het doorlopen van de procedure van afdeling 3.4 Awb ook niet wettelijk verplicht. Toch kan dit wel aan de orde zijn, namelijk wanneer u een MER moet maken (zie aandachtspunt 4). Voor het actieplan geluid en een programma bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarde voor de kwaliteit van de buitenlucht kunnen er naast de mer-plicht overlegverplichtingen voor het college gelden.
6. Actualisatie van programma's
Afhankelijk van het type programma kan er een wettelijke verplichting zijn om het programma te actualiseren. Die actualisatieplicht geldt voornamelijk voor verplichte programma's. Zo moet het actieplan geluid elke 5 jaar worden geactualiseerd. Ook voor het verplichte warmteprogramma gaat een actualisatieplicht gelden.
Daarbuiten is het aan u of en hoe vaak u uw programma's actualiseert, en of dat een gedeeltelijke of een volledige actualisatie is. De keuze zal samenhangen met de ontwikkelstrategie, de voortgang van de beleidscyclus en de uitkomsten van monitoring en evaluatie van het programma (zie ook Uitwerking en uitvoering van programma’s, bij aandachtspunt 4). Ook wijzigingen in kaderstellende documenten en afspraken kunnen aanleiding zijn voor actualisatie van een programma. Let erop dat u bij actualisatie van een programma indien nodig ook de omgevingsvisie en het omgevingsplan actualiseert.
7. Vorm en technische standaard
Net als de omgevingsvisie is het programma vormvrij. Houd wel rekening met de technische standaard: voor verplichte en onverplichte programma's en programma's met een programmatische aanpak is het gebruik van STOP/TPOD verplicht. Voor vrijwillige programma's is het wenselijk om deze standaard ook te gebruiken. Daarbuiten kunt u zelf de vorm en opbouw bepalen. Heeft u voldoende scherp wat de kaders zijn van de standaard en hoe deze doorwerken op uw keuzes?
Afhankelijk van het type programma gelden er wel in meer of mindere mate eisen voor de inhoud van het programma, die mogelijk de vorm en opbouw kunnen beïnvloeden. Zo bevat het Bkl bijvoorbeeld instructieregels voor de inhoud van het actieplan geluid.
Tip: Oefen met opstellen en publiceren van het programma op de pre-omgeving van het Omgevingsloket.
Een andere overweging is of u naast de officiële publicatie een publieksversie wilt uitbrengen, bijvoorbeeld in de vorm van een website of pdf. Geeft uw visie op dienstverlening richting aan deze keuze?
8. Annoteren en geo-locaties
Net als bij de omgevingsvisie en het omgevingsplan kunt u programma's van annotaties voorzien. De minimale eis is dat u het programma annoteert met het gebied waar het programma voor geldt.
Om de samenhang tussen de verschillende instrumenten te versterken en dienstverlening te vergroten (vruchten plukken van het DSO), is het van belang dat de annotaties en geo-locaties over deze instrumenten heen op elkaar aansluiten. De basis hiervoor ligt in de visie op samenwerking en integraliteit en de visie op dienstverlening. Heeft u hier met collega's al keuzes over gemaakt?
9. Projectbeheersing en bedrijfsvoering
Voor de verplichte programma's zullen veel gemeenten naar verwachting de nodige inspanningen moeten verrichten. Daar komen onverplichte programma's, het programma met programmatische aanpak en de vrijwillige programma's nog bij. De precieze impact op de organisatie zal sterk afhangen van de aard en inhoud van een programma in samenhang bezien met de lokale situatie. Programma’s zijn er immers in alle soorten en maten. Om dit alles uit te kunnen voeren, is van belang dat u weet waar u staat en wat u te doen heeft en hier grip op heeft (beheersingsstrategie). Bedrijfsmatige aspecten zijn op orde. Denk aan planning en kostenraming, maar ook andere aspecten van bedrijfsvoering zoals uitbestedingen.
Meer informatie en ondersteuning
- Vragen en antwoorden over het kerninstrument programma (vng.nl): Hier vindt u onder meer verdiepende informatie over het proces, de procedures en de techniek.
- Consultatie bij publicatie programma (vng.nl). Gaat u aan de slag met de eerste publicatie van een programma op het DSO? Dan kunt u in de beginfase na inwerkingtreding gebruikmaken van een beknopte online consultatie over het concept van uw publicatie. Dit is een service van de VNG en Aan de slag met de Omgevingswet.
- Wegwijzer TPOD programma