De gemeente heeft richtinggevende keuzes gemaakt over de milieueffectrapportage bij omgevingsvisie, programma’s en het omgevingsplan.
Zowel omgevingsvisie, omgevingsplan als programma kunnen mer-plichtig zijn. De plan-mer biedt kansen voor kwalitatief betere besluitvorming en versterking van het participatieproces. Tegelijk kan de mer veel tijd, capaciteit en middelen vergen. En bijvoorbeeld een negatief advies van de Commissie mer kan veel impact hebben op het verloop van uw besluitvormingstraject. Het is dus zaak dat u goed positie bepaalt op de inzet van dit instrument, inclusief de bedrijfsmatige aspecten (zie onder meer Planning en kostenraming).
1. Tijdig zicht op mer-plicht
Belangrijk criterium voor de plan-mer-plicht is of het plan ‘een kader vormt’. Dit is, kort gezegd, het geval als het criteria of modaliteiten bevat voor de goedkeuring of uitvoering van projecten door het bevoegd gezag. Bijvoorbeeld criteria voor de locatie, de omvang of de wijze van uitvoering.
Het is raadzaam om in een vroegtijdig stadium te inventariseren waar plan-mer-plichten gaan ontstaan in het vormgeven van de omgevingsvisie en programma’s en bij het opbouwen van het integrale omgevingsplan (u kunt dit al markeren in het ontwikkelpad van het omgevingsplan). Een plaats waar dit over de instrumenten heen samen kan komen is de ‘beleidskaart’ (zie Uitwerking in programma’s en omgevingsplan). Dit overzicht kan u ook helpen om vroegtijdig af te wegen of u de kaders die de plan-mer-plicht veroorzaken opneemt in de omgevingsvisie of juist in een programma of het omgevingsplan. En kunt u het zo inrichten dat u de informatie uit de mer voor de omgevingsvisie kunt hergebruiken of erop voort kunt bouwen bij de mer voor programma’s en omgevingsplan (zie ook de ideeën voor een basisMER)? Wat is in uw specifieke situatie het meest doelmatig?
2. Bepalen van reikwijdte en detailniveau
Onderdeel van het bepalen van de reikwijdte en detail zijn de keuze van te onderzoeken alternatieven, het detailniveau van het onderzoek en de milieuaspecten en criteria waarop de alternatieven beoordeeld en vergeleken worden. Kiest u bewust voor een minimale invulling of zoekt u naar een MER met echte meerwaarde? Dit zijn tactische keuzes die bij iedere milieueffectrapportage terugkomen, maar het is ook goed om op strategisch niveau in meer generieke zin te bepalen hoe u hiermee omgaat.
3. Participatie versterken
Heeft u nagedacht hoe u mer-trajecten en participatietrajecten (zie Participatiestrategie) slim kunt verbinden? Stem het proces voor een plan-milieueffectrapportage met een participatieproces af en omgekeerd. Gebruik informatie uit het MER om participanten inzicht te geven in effecten van het plan, alternatieve manieren van uitvoering en de te maken afwegingen bij keuze voor uitvoering en gebruik omge¬keerd participatie als bron voor het MER.
4. Mer en bruidsschat
Sinds het 'Nevele-arrest' weten we dat er ook een plicht kan gelden om een plan-mer uit te voeren voor regelgeving. Het ontbreken van een MER in een situatie waar een MER wel nodig is, vormt een flink risico. Het Rijk voert daarom een plan-mer uit voor de milieuregels in de bruidsschat. Was u hiervan op de hoogte?
De plan-MER bruidsschat levert de onderbouwing voor de bruidsschat zoals gemeenten die van het rijk hebben gekregen. Daarnaast kunnen gemeenten de informatie uit de plan-MER bruidsschat (her)gebruiken bij het wijzigen van het omgevingsplan (zie ook Proces en procedures van het omgevingsplan). Dit kan met name als u kiest voor een van de beschreven varianten van het plan-MER Bruidsschat (zie ook de ‘beleidskaart’ bij Uitwerking in programma’s en omgevingsplan).
Ook bij andere decentrale milieuregels dan de bruidsschat speelt naar aanleiding van het Nevele-arrest de vraag wanneer een plan-MER vereist is. Denk aan milieuregels die u overbrengt vanuit verordeningen. Heeft u dit scherp?
5. Omgevingseffectrapportage
In sommige gevallen kan het nuttig zijn om in het MER ook economische en sociale effecten in beeld te brengen. Een omgevingseffectrapport (OER) kan een middel zijn om in de besluitvorming te sturen op brede welvaart of duurzaamheid. Bijvoorbeeld bij gebiedsgerichte projecten en omgevingsvisies. Is dit in uw situatie relevant? En is het misschien zelfs interessant om samen met buurgemeenten te werken aan een OER? (zie ook Visie op samenwerking en integraliteit)
Meer informatie en ondersteuning
- Milieueffectrapportage (iplo.nl)
- Milieueffectrapport met meerwaarde (iplo.nl): meer informatie over selectie van alternatieven en over de Omgevingseffectrapportage
- Handreiking plan-mer voor decentrale milieuregels (iplo.nl)
- Aanleiding en gebruik van de handreiking plan-mer voor decentrale milieuregels (iplo.nl): onderdeel van de handreiking plan-mer met voorbeelden waar een plan-mer vereist kan zijn
- Denkwijze(r) voor goede participatie (iplo.nl): over de relatie tussen mer en participatie
- Maak integralere afwegingen met een basisMER (platform31.nl)
- Handreiking Milieueffectrapportage voor omgevingsplannen (vng.nl)
Programma Bruidsschat:
- Programma Milieuregels Bruidsschat Omgevingswet (Platformparticipatie.nl)
- Programma Bruidsschat (iplo.nl)
- Plan-mer en POMO (vng.nl): Opname van bijeenkomst Netwerk omgevingsplan (9 mei 2025) over het Programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (POMO) en bijbehorend plan-MER